|
Spuitplekken in het vlees kosten niet alleen kilo’s, maar leveren vaak ook nog een strafkorting op die kan oplopen tot honderd euro per kalf. Dit kunt u doen om deze schade te beperken. Voorkom spuitplekken in kalfsvlees
Beschadiging van het weefsel Een spuitplek is eigenlijk niets anders dan weefselschade als gevolg van een injectie. De schade verstoort ook de doorbloeding op die plek, waardoor er een grotere kans is op opslag van de injectievloeistof (residuen en de bevordering van resistentieontwikkeling). Bij kalveren met voldoende weerstand herstelt de normale schade tgv de injectie in het weefsel meestal vanzelf. Bij injecties op een leeftijd onder de tien weken is de kans op herstel van injectieschade dan ook groter, echter in die periode krijgen de dieren ook vaak de meeste injecties waardoor de kans op verstoring van deze balans weer toeneemt. Bij uitblijven van herstel ontstaat een ontsteking die sporen nalaat in het weefsel: de spuitplek. De samenstelling van de injectievloeistof is medebepalend voor de spuitplek. Metaalachtige componenten in de gebruikte drager en conserveringsmiddelen van het gebruikte middel geven sneller een verkleuring van het vlees. Hieronder vindt u manieren om spuitplekken te voorkomen.
Het middel - Kijk goed op de bijsluiter van het te gebruiken middel, het etiket of het logboek van de dierenartsenpraktijk. Hier hoort op te staan hoe, waar en in welke hoeveelheid u het middel het best kunt injecteren.
- Zorg dat de te injecteren stof op kamertemperatuur is. Gebruik het middel dus niet direct uit de koelkast en zorg dat het ook niet langdurig in de zon staat.
- Gebruik een schone steriele naald om de vloeistof uit de voorraadfles op te zuigen en gebruik een nieuwe naald om te injecteren, dit voorkomt besmetting van de voorraad en directe injectie van bacteriën in het dier.
- Injecteer niet meer dan de hoeveelheid die in de bijsluiter is vermeld. Is een hogere dosering nodig, kies dan voor injecties op meer plekken.
- Overleg bij vragen altijd met een dierenarts.
Injectietechniek - Kies bewust tussen injecteren in de spier (intramusculair) of onderhuids (subcutaan). De bijsluiter van het middel is hierbij leidend. Injecties in de bloedbaan (intraveneus) zijn voorbehouden aan de dierenarts. Beperk (angst-)bewegingen bij het dier, dit bevordert de nauwkeurigheid van de injectie.
- Neem bij een onderhuidse injectie in de nek een huidplooi tussen duim en wijsvinger en injecteer in de driehoekige huidplooi die hierdoor ontstaat. De naald moet onder de huid vrij kunnen bewegen. Een onderhuidse injectie geeft bij de bewuste middelen minder risico’s, maar de geïnjecteerde stof wordt soms ook minder snel door het lichaam opgenomen.
- Zet bij een intramusculaire injectie de injectienaald haaks op de huid. Dan is de kans het grootst dat u daadwerkelijk in het spierweefsel injecteert (zie tekening). De spuit onder een hoek op de huid te zetten, geeft een grotere kans om tussen de verschillende spierlagen te injecteren.
- Injecteer in het bovenste gedeelte van de nek in de driehoek gevormd door de onderste rand van de nekband, de bovenkant van de wervelkolom en de voorste rand van het schouderblad.
Injectiemateriaal - Zorg altijd voor schone, steriele en scherpe naalden, zonder bramen. Daarmee beperkt u de schade aan het onderhuidse weefsel en dus de kans op spuitplekken.
- Neem de injectienaalden zo dun mogelijk. Hoe dunner de naald hoe minder schade aan het weefsel. De dikte van de naald is wel afhankelijk van de stroperigheid van de injectievloeistof.
- Neem een naald met een maximale lengte van 25 mm afhankelijk van de grootte van het kalf.
- Werk zo steriel mogelijk. Maak de spuiten regelmatig schoon. Meest snelle manier is de spuit uit elkaar halen en mee laten draaien in de vaatwasser.
- Gebruik een spuit nooit voor meerdere middelen tegelijk.
|