01-12-2016

Wijzigingen UDD-maatregel per 1 januari 2017

 

Uit de evaluatie van de UDD-regeling in 2015 is gebleken dat dierenartsen en veehouders in de praktijk tegen bepaalde knelpunten van de regelgeving aanliepen. Op basis daarvan is nu een aantal wijzigingen doorgevoerd in de regels voor het gebruik van antibiotica in de veehouderij. Deze betreffen met name de inzet van tweede keuze middelen.


Wat verandert er?

  1. De dierenarts mag maximaal drie bedrijfsspecifieke aandoeningen opnemen in het bedrijfsbehandelplan en daarvoor een beperkte voorraad tweede keuze middelen bij de veehouder achterlaten.
  2. Er komt een alternatief voor het verplichte tweewekelijkse bedrijfsbezoek bij de inzet van tweede keuze middelen: een contactmoment gevolgd door een schriftelijke instructie van de dierenarts.
  3. Voor veehouders vervalt de afvoerplicht van tweede keuze middelen. Antibiotica die over zijn kunnen met een nieuwe instructie van de dierenarts gebruikt worden.
  4. Voor veehouders die structureel weinig antibiotica gebruiken is er een aantal vrijstellingen.


2de keus middelen met contactmoment 
De wijziging van het UDD-beleid is met name gericht op het tweede keus middelen en leidt tot meer maatwerk per sector en per bedrijf. In de nieuwe UDD-regeling wordt het mogelijk om maximaal drie bedrijfsspecifieke aandoeningen te benoemen in het bedrijfsbehandelplan waarvoor de veehouder tweede keus middelen mag inzetten en beperkt op voorraad mag hebben. Als dierenarts moet u een onderbouwing voor de inzet van tweede keuze middelen bij deze drie bedrijfsspecifieke aandoeningen opnemen in het bedrijfsgezondheidsplan.

De veehouder mag het tweede keus middel inzetten nadat hij contact heeft gehad met de dierenarts. De dierenarts geeft de veehouder dan een schriftelijke instructie op basis waarvan de veehouder kan behandelen. Het is altijd aan de dierenarts om te bepalen of hij/zij een instructie afgeeft of eerst een klinische inspectie uitvoert.

In de hoogrisicoperiode bij biggen en vleeskalveren blijft het tweewekelijks bedrijfsbezoek wel verplicht en geldt het contactmoment niet. De inzet van tweede keuze middelen voor de behandeling van mastitis valt buiten de nieuwe regels. De veehouder kan zonder contactmoment dieren met mastitis behandelen met tweede keuze middelen volgens de aanwijzingen van de dierenarts in het bedrijfsbehandelplan.

Belonen structureel laag gebruikers 
Voor bedrijven die structureel een laag antibioticumgebruik hebben komt er een vrijstelling van een aantal bepalingen uit de UDD-regeling waaronder het aanscherpen van de reductiedoelstelling in het bedrijfsgezondheidsplan, de frequentie van de bedrijfsbezoek en de evaluatie van het antibioticagebruik. Om te bepalen of veehouders hiervoor in aanmerking komen stellen de veehouderijsectoren een ‘gids voor goede praktijk’ op waarin de norm voor structureel laaggebruikers is vastgesteld.

Begin december wordt vanuit de overheid een brochure verspreid met daarin de veranderingen van de UDD-maatregel. U kunt digitaal de aanpassingen nu alvast doornemen. In de maand december zal er vanuit de praktijk en de dierenartsen verder toelichting worden gegeven.

stethoscoop